Afscheidscollege

Hoe Maaike Meijers hart van stocht bijna stil stond

Prof. dr. Maaike Meijer, die in 1997 als eerste de Opzijleerstoel in Maastricht bekleedde en vervolgens als gewoon hoogleraar genderstudies vormgaf aan het Centrum voor Gender en Diversiteit aan de Universiteit Maastricht, gaat met emeritaat. In haar afscheidsrede ‘M’n hart stond van stocht bijna stil! – Dichters en hun biografieën’ staat de taak en de zin van de dichtersbiografie centraal. Aan de hand van haar biografie van dichteres M. Vasalis (2011) en de biografie waaraan ze momenteel werkt, van F. Harmsen van Beek, illustreert ze haar gedachten over het genre. En voert ze haar toehoorders mee naar een ‘teder, hartstochtelijk, expliciet seksueel en uiteindelijk diep melancholisch vers, waarin seks wordt aangeroepen als troost voor de dood, die het laatste woord zal hebben.’

De vraag die Maaike Meijer in haar afscheidscollege beantwoordt is: Wat is de taak en de zin van een dichtersbiografie? Hoe kan het genre ontsnappen aan alleen-maar-levensverhaal te zijn, of erger, aan voyeurisme, aan petit histoire. Het antwoord geeft ze aan de hand van haar biografie over M. Vasalis, inmiddels in zevende druk verkrijgbaar. “Ik heb geprobeerd te ontsnappen aan het loutere levensverhaal door steeds te zoeken naar wat Vasalis als dichter dreef. Het echte onderwerp van mijn biografie was die bij tijd en wijle hallucinante poëzie, die van elders lijkt te komen. Mijn biografie ging in feite steeds over de wijze waarop het werk aan de auteur ontsnapte, hoe het werk groter was dan de auteur zelf. Daarmee schreef ik de biografie van een persoon, maar ook de biografie van dat werk, dat aan heel andere wetten bleek te gehoorzamen dan aan die van het mensenleven.” Of deze werkwijze ook bij andere dichters werkt, ontdekt ze momenteel, in de biografie over dichteres F. Harmsen van Beek; minder bekend dan Vasalis, en volgens Meijer ‘de geheimtip van de Nederlandse literatuur, een echte writer’s writer’.

Hartstochtelijk vers
F. Harmsen van Beek (1927 – 2009) werd vooral bekend als dichter, als auteur van Geachte Muizenpoot met name, haar eerste bundel uit 1965. De titel van Meijers college ‘m’n hart stond van stocht bijna stil!’ is een regel uit het vers ‘Over berichten die men aan zichzelf kan sturen en hoe ze verder af te handelen’. In het verzameld werk van de dichteres, dat in 2012 verscheen, vond de hoogleraar een onbekend gedicht van Harmsen van Beek: ‘Dit is de stem van mijn worgengel’. Ook haar hart stond van stocht bijna stil. “Ik heb zelden zo’n overtuigend beeld gelezen van het langzame lome bewegen, de tevredenheid van na de liefdesdaad. Het is een heel teder, hartstochtelijk, expliciet seksueel en uiteindelijk een diep melancholisch vers, waarin seks wordt aangeroepen als troost voor de dood, die het laatste woord zal hebben. Dan blijft de vraag: welke betekenis geef ik deze gedichten in mijn verhaal? Vertellen ze iets over Harmsen van Beeks seksleven? Nee. Een zo direct verband tussen kunst en leven is reductief en schuift de kunst naar de achtergrond. Deze gedichten vertellen allereerst iets over hoe Harmsen van Beek het vak al meteen beheerst, hoe haar duizelingwekkende spel met intertekstualiteit belezenheid verraadt in literaire en andere bronnen, hoe ze een nieuwe taal voor seksualiteit uitvindt. Hoe ze er kunst van maakt.”

Materiaal versus persoon
Het materiaal van de kunstenaar is vele malen groter dan diens persoonlijk leven, betoogt Meijer. “Een biograaf moet dat leven zeker onderzoeken, maar zich ook diepgaand onderdompelen in de afzonderlijke werken en hoe de hele kunst en de hele wereld en al wat erin is en vooral wat er nog niet is daarin resoneert en opnieuw vorm krijgt. Je moet je op dezelfde manier onderdompelen in de ontwikkeling van het oeuvre.” Volgens Meijer horen in een kunstenaarsbiografie vragen centraal te staan als: ‘Wat betekent de kunst voor de kunstenaar? Hoe kan zoiets gemaakt worden? Hoe kan de kunstenaar leven met zijn/haar eigen talent, die radical otherness, dat koekoeksei in zijn/haar leven dat een vloek kan zijn maar ook een groot geluk? Dat de kunstenaar kan helpen haar conflicten te ontkennen dan wel op te lossen? Op die manier kan een dichtersbiografie werkelijk gaan over kunstenaarschap en blijft het werk iets anders dan het gewone leven waaruit het zich op een raadselachtige manier heeft losgemaakt. Dat raadsel moet de biograaf vergroten. Dat kan leiden tot een geweldig verhaal. Ziedaar mijn voorlopige biografencredo. “

Maaike Meijer was van 1998 tot 2013 directeur van het Centrum voor Gender en Diversiteit. Ze houdt zich bezig met Nederlandse literatuur en cultuurtheorie in genderperspectief, met poëzie en liederen, met naoorlogse Nederlandse populaire cultuur, met de theorie van de biografie en met de verbeelding van mannelijkheid. Op dit moment werkt ze in opdracht van het letterkundig museum en uitgeverij De Bezige Bij aan een schrijversprentenboek over de multi-kunstenaar F. Harmsen van Beek. Ook is ze bezig aan een studie over Andre Rieu en begeleidt ze nog een tiental promovendi aan de Universiteit Maastricht.